De elektriciteit voor warmtepompen komt steeds vaker uit hernieuwbare bronnen zoals wind en zon, maar deze zijn weerafhankelijk. Daarom wordt gezocht naar oplossingen om “groene” stroom voorspelbaarder en flexibeler te maken. Warmtepompen spelen hierin een belangrijke rol dankzij SG-Ready geïntegreerde regeltechniek.
De Ecodan serie gebruikt het SG-Ready principe, waarmee systemen in vier bedrijfsmodi kunnen werken om hernieuwbare energie optimaal te benutten. Deze modi worden via twee schakelcontacten aangestuurd, meestal door het energiebedrijf of bijvoorbeeld een PV-installatie.
Overzicht schakel- en bedrijfsstanden
| Schakeltoestand | Ingang 1 | Ingang 2 | Bedrijfsstand |
| 1 | UIT | UIT | Normaal bedrijf |
| 2 | UIT | AAN | Opdracht om uit te schakelen |
| 3 | AAN | UIT | Aanbeveling om in te schakelen (bv. bij beschikbaarheid stroom uit PV-panelen). |
| 4 | AAN | AAN | Opdracht om in te schakelen |
Met het gebruik van de FTC6/7 warmtepompregeling is de integratie van de Ecodan-systemen in een smart grid mogelijk. Het Ecodan-systeem biedt een extra stimulans om hernieuwbare energie verstandig te gebruiken en kostenefficiënt te werken. Zodra de schakeltoestanden 2, 3 of 4 geactiveerd zijn, verschijnt het symbool "SG-READY" op het display van de hoofdafstandsbediening.
Overzicht van de schakel- en bedrijfstoestanden voor Smart Grid
Het volgende overzicht toont de resultaten en systeemspecificaties voor de vier Smart Grid schakeltoestanden.
| Schakel toestand | Ingang 1 | Ingang 2 | Warmtepomp bedrijf | Bedrijfsstand | Betekenis en installatiemogelijkheden |
| 1 | UIT (open) | UIT (open) | Normaal bedrijf | - | - |
| 2 | UIT (open) | AAN (gesloten) | Opdracht om uit te schakelen | - | Compressor en verwarmingselementen worden uitgeschakeld. |
| 3 | AAN (gesloten) | UIT (Open) | Aanbeveling om in te schakelen (Gebruik van eigen opgewekte stroom uit PV-panelen) | Warmtapwaterbereiding | De ingestelde warmtapwater doeltemperatuur boiler wordt verhoogd. Verhoging in te stellen: (+1 -+ 20°C) -- (inactief) |
| Verwarmingsbedrijf * | De ingestelde doeltemperatuur wordt verandert (20 - 60 °C). 50 °C fabrieksinstelling. | ||||
| Koelbedrijf | De ingestelde doeltemperatuur wordt verandert (5 - 25 °C). 15 °C fabrieksinstelling. | ||||
| 4 | AAN (gesloten) | AAN (gesloten) | Opdrachten om in te schakelen | Warmtapwaterbereiding | Hoogste temperatuur warmtapwater: 55 °C ** 60 °C *** |
| Verwarmingsbedrijf | De ingestelde doeltemperatuur wordt verandert (20 - 60 °C). 55 °C fabrieksinstelling. | ||||
| Koelbedrijf | De ingestelde doeltemperatuur wordt verandert (5 - 25 °C). 10 °C fabrieksinstelling. | ||||
| (*) De verwarmingsmodus (regeling via stooklijn of aanvoertemperatuur) vereist de optionele draadloze afstandsbediening (**) Zonder elektrisch inschroef- of verwarmingselement en maximale aanvoertemperatuur van de buitenunit van 55 °C (***) Met elektrische inschroefverwarming of maximale aanvoertemperatuur van de buitenunit van 60 °C | |||||
De FTC6 biedt twee potentiaalvrije contacten (ingang 1 (IN11; TBI.3 3-4) en ingang 2 (IN12 TBI.3 1-2)), die de warmtepomp volgens bovenstaande patronen schakelt.
Schakeltoestand 1
Tapwaterbereiding
In schakeltoestand 1 (ingang 1 UIT / ingang 2 UIT) bevindt het systeem zich in de normale bedrijfstoestand. De vrijgave voor het verwarmen van tapwater wordt altijd gegeven wanneer de doeltemperatuur wordt onderschreden met een gedefinieerd temperatuurdaling. De warmwaterbereiding wordt gestopt zodra de gewenste temperatuur minimaal een minuut continu wordt overschreden.
Verwarmingsbedrijf
Ruimtetemperatuurregeling met Auto-Adaption
De verwarmingsmodus is altijd ingeschakeld wanneer de temperatuur onder het instelpunt zakt. Bovendien wordt de verwarmingsmodus vrijgegeven als de gewenste temperatuur gedurende 10 minuten met maximaal +0,5 K wordt overschreden. De verwarmingsmodus wordt geblokkeerd na overschrijding van de gewenste waarde met minimaal +1 K gedurende 60 minuten of +2 K gedurende 6 minuten.
Kamertemperatuurregeling via stooklijn of vaste aanvoertemperatuurregeling
Als voor het schakelen van de verwarmingsmodus een stooklijn of een vaste aanvoertemperatuurregeling wordt gebruikt (alleen in combinatie met onze draadloze afstandsbedieningen als thermostaat AAN/UIT), gelden andere temperatuurdelta's en tijdsintervallen:
Bij een onderschrijding van de streefwaarde met maximaal 1 K wordt de verwarmingsmodus gedurende tien minuten vrijgegeven en bij een overschrijding van de streefwaarde met meer dan 1 K gedurende tien minuten geblokkeerd. Als de temperatuur meer dan 1 K onder de gewenste temperatuur daalt, wordt de verwarmingsmodus van de warmtepomp onmiddellijk vrijgegeven.
Schakeltoestand 2
In schakeltoestand 2 (ingang 1 UIT / ingang 2 AAN) is verwarming noch tapwaterbereiding vrijgegeven. Ook het legionellabeschermingsprogramma wordt niet vrijgegeven.
Schakeltoestand 3
Tapwaterbereiding
In schakeltoestand 3 (ingang 1 AAN / ingang 2 UIT) wordt het drinkwater opgewarmd tot de ingestelde doeltemperatuur warmtapwater plus een gedefinieerd temperatuurverschil. De gewenste temperatuur kan met behulp van de regelaar traploos worden verhoogd met een ingestelde Delta T tussen de +1 - +20 ºC (fabrieksinstelling: inactief). De maximale temperatuur van 60º C in de warmtapwater boiler wordt daarbij niet overschreden.
Verwarmings-/koelmodus
Voor verwarmen/koelen is een CV-buffervat nodig voor de opslag van energie. Zodra de SG-Ready-functie is geactiveerd, kan een gewenste CV-buffertemperatuur worden gedefinieerd. Het instelbereik voor de doeltemperatuur van het buffervat is voor:
- Verwarmingsmodus: 20 - 60 °C (fabrieksinstelling: 50 °C)
- Koelmodus: 5 - 25 °C (fabrieksinstelling: 15 °C)
Koelmodus:
Verwarmingsmodus:
Schakeltoestand 4
Tapwateropwarming
In schakeltoestand 4 (ingang 1 AAN/ingang 2 AAN) wordt de tapwaterbereiding altijd vrijgegeven als de doeltemperatuur een gedefinieerde temperatuurdaling bereikt. De warmwaterbereiding wordt gestopt zodra de gewenste waarde minimaal een minuut is bereikt of overschreden.
In schakeltoestand 4 wordt het tapwater opgewarmd tot de maximale boilertemperatuur. Dit komt overeen met 60 °C als er een extra elektrische verwarming is en de maximale aanvoertemperatuur van de warmtepomp 60 °C is. Dit komt overeen met 55 °C als er geen extra elektrische verwarming is en de maximale aanvoertemperatuur van de warmtepomp 55 °C is.
Verwarmings-/Koelmodus
Voor verwarmen/koelen in schakeltoestand 4 is bovendien een buffervat nodig, waarvoor een andere gewenste temperatuur kan worden gedefinieerd (zie blz. 11 schema) Het instelbereik voor de gewenste buffertemperatuur is:
- Verwarmingsmodus: 20 - 60 °C (fabrieksinstelling: 55 °C)
- Koelmodus: 5- 25 °C (fabrieksinstelling: 10 °C)
Operationeel proces
De bedrijfsvolgorde van het warmtepompsysteem voor schakeltoestanden 3 en 4 is identiek en is onderverdeeld in verschillende bedrijfsstanden:
- Normale werking
- Warmteopslag "Klaar"
- Warmteopslag (laden buffervat)
- Warmteafvoer (ontladen buffervat)
| Bedrijfsstanden | SG Ready Contact | Bedrijf warmtepomp | Vereiste Verwarmen/Koelen | Verwarmingskoelpomp HK1 |
| Normale werking | UIT | AAN | AAN | AAN |
| Klaar voor thermische opslag | AAN | AAN | AAN | AAN |
| Warmteopslag (laden buffer) | AAN | AAN | UIT | UIT |
| Warmteafvoer (ontladen buffer) | UIT | UIT | AAN | AAN |
1. Normale werking
Het SG-Ready-contact is niet geschakeld in de bedrijfsstand "normale werking". Er is geen overtollig PV-energie beschikbaar. Het warmtepompsysteem werkt volgens de standaard instellingen.
2. Klaar voor thermische opslag
In de bedrijfsstand "Klaar voor thermische opslag" wordt het SG-Ready-contact geschakeld. Overtollige PV-energie is beschikbaar. De gewenste aanvoertemperatuur voor CV-circuit 1 (zone 1) wordt verhoogd naar 60 °C. Het warmtepompsysteem werkt met een hoger vermogen. Zodra de kamertemperatuur in CV-circuit 1 (zone 1) op de kamertemperatuursensor wordt overschreden, wordt het CV-circuit geblokkeerd. Dit voorkomt oververhitting van CV-circuit 1.
3. Warmteopslag (laden buffervat)
In de bedrijfsstand "Warmteopslag (laden buffervat)" wordt het SG-Ready-contact geschakeld. Overtollige PV-energie is beschikbaar. De CV-pomp voor CV-circuit 1 (zone 1) is UIT omdat de werking geblokkeerd is. Dit voorkomt oververhitting van verwarmingscircuit 1. De buffersensor THW10 neemt de gewenste temperatuur van de aanvoertemperatuurvoeler THW6 over. De warmtepomp werkt tot er is geen SG-Ready-signaal meer aanwezig of de maximale doeltemperatuur van de buffersensor THW10 is bereikt.
4. Warmteafvoer (ontladen buffer)
In de bedrijfsstand "Warmteafvoer buffer ontladen" wordt het SG-Ready-contact niet geschakeld. Er is geen overtollige PV-energie beschikbaar. De buffertank is voldoende geladen en de warmtepomp is uitgeschakeld. De CV-pomp voor CV-circuit 1 (zone 1) wordt ingeschakeld zodra er warmtevraag is. De warmtepomp blijft uitgeschakeld zo lang er voldoende warmte uit het buffervat beschikbaar is of er weer PV-energie beschikbaar komt.
5. Pomp interval
De extra functie "pompinterval" maakt het in combinatie met een CV-buffervat mogelijk de verwarmings- /koelcircuitpomp extra cyclussen te laten draaien. De functie wordt alleen geactiveerd als de werkelijke temperatuur in het buffervat verwarmen/koelen afwijkt van de gewenste temperatuur in het verwarmings- /koelcircuit. Afhankelijk van het geselecteerde interval wordt de verwarmings-/koelcircuitpomp kortstondig uitgeschakeld om oververhitting of onderkoeling van de afzonderlijke kamers te voorkomen. De pomp interval regeling mag niet worden geactiveerd in een systeem waar een individuele ruimteregeling en/of een menggroep aanwezig is. Het instelbereik van de verwarmings-/koelcircuitpomp is:
- Interval: 10 -120 min (fabrieksinstelling: 10 min)
Volgens de fabrieksinstelling van 10 minuten wordt de temperatuur in het buffervat vergeleken met de gewenste aanvoertemperatuur en indien nodig ca. 3 minuten onderbroken. Hoe groter het interval is geselecteerd, hoe trager het systeem reageert en hoe groter het risico op oververhitting van de kamers.
Menu structuur